“Hoewel alles om mij heen steeds verandert en steeds sterft, kan ik toch vaag aanvoelen dat er onder al die verandering een levende kracht schuilt die onveranderlijk is, die alles samenhoudt, die creëert, uiteen doet vallen en opnieuw creëert.
Het is een ondefinieerbare mysterieuze kracht die alles doordringt. Ik voel het, maar kan het niet zien. Deze onzichtbare kracht maakt zichzelf ervaarbaar maar laat zich niet bewijzen, doordat het compleet anders is dan alles wat ik met mijn zintuigen kan waarnemen. Het overstijgt de zintuigen.
Deze geestelijke kracht, die zich laat voelen, is God. En aangezien niets van datgene wat ik met mijn zintuigen kan waarnemen kan of zal blijven bestaan, kan ik zeggen dat alleen Hij werkelijk IS.
Is die kracht nu goed of kwaad?
Ik zie het als pure goedheid. Ik kan immers zien dat temidden van de dood leven blijft bestaan, dat in het midden van leugens waarheid blijft bestaan, dat in het midden van donker licht blijft bestaan. Daardoor kom ik tot de conclusie dat God leven, waarheid en licht is. Hij is Liefde. Hij is het ultieme Goede.
Maar Hij is geen God die slechts het intellect vervuld, als Hij dat ooit al doet. God, om God te zijn, moet het hart regeren en transformeren.
God moet zichzelf uitdrukken in elke kleine daad van diegene die Hem navolgt. Dit kan slechts gebeuren door een werkelijke realisatie, die 'echter' is dan wat de vijf zintuigen ooit kunnen doen ontstaan. Wat de zintuigen waarnemen kan vaak fout zijn of betwijfelbaar, hoe echt ze ons soms ook lijken. Maar God wordt niet door uiterlijke bewijzen bewezen. God toont zich in het veranderde gedrag en het omgevormde karakter van diegene die zijn aanwezigheid binnenin hebben gevoeld. Zo'n getuigenis vindt men in de ervaringen van een ongebroken lijn van profeten en wijzen doorheen alle landen en culturen.
Dit bewijs verwerpen is zichzelf verwerpen."
Dit zijn delen van een artikel dat Gandhi schreef in 1928. Ik kon het zeker niet beter verwoorden.