Dat een 'religieuze monoloog' onze mensheid niet veel verder zal helpen, werd door velen reeds begrepen. Het blijft echter nog maar de vraag of alle goedbedoelde pogingen tot 'interreligieuze en interculturele dialoog' wel een oplossing bieden. Al te vaak immers blijven die pogingen hangen op een theoretisch niveau. Dikwijls is er geen échte toenadering en blijft men op een koude afstand.
Nochtans kan vooral religie de mogelijkheid bieden om tot een wezenlijke ontmoeting te komen. Elke religieuze traditie kent immers spirituele praktijken die een aanzet kunnen bieden om het afstandelijke praten te overstijgen en tot een dieper samenzijn te komen. Mediteren, bidden, vasten, waken, het vieren van rituelen en het contempleren van teksten bieden stuk voor stuk een kans om ons sterker met elkaar te verbinden – niet door te spreken maar door samen spiritualiteit 'te beleven'.
Een paar voorbeelden.
Een groot leider als Mahatma Gandhi las tijdens de gebedsmomenten in zijn ashram steevast voor uit zowel de Koran als de Bhagavad-gita. Het bracht de aanwezige Moslims en Hindoes tot grotere eenheid.
Onlangs las ik dat Jezuïet Nagy El Khoury samen met sjeik Mohammed Nokkari in Libanon elk jaar op 25 maart een gezamenlijk gebedsmoment rond Maria organiseert voor zo'n duizendtal Moslims en Christenen. Het trok de aandacht van minister Saad Hariri. Hij werd geraakt door het initiatief en maakte 25 maart tot een nationale vrije dag.
En wat mezelf betreft, toen ik in Turkije woonde, hield ik me aan mijn eigen vastengewoontes. Alleen veranderde ik mijn vastenperiode. Vanuit mijn eigen culturele achtergrond vast ik normaal gezien in de periode voor Pasen, maar in Turkije koos ik er voor om tijdens de Ramadan te vasten. Dat dit me in staat stelde tot grotere verbondenheid te komen met de vastende samenleving rondom mij, hoeft weinig betoog.
Onze wereld zit vol dergelijke voorbeelden. Op elk sociaal niveau bieden religieuze tradities de mogelijkheid om zowel groepen als individuen tot grotere eenheid te laten komen.
Laat dit niet verkeerd begrepen worden. Ik wil helemaal niet de indruk wekken dat men de eigen traditie moet opgeven of de eigen spirituele praktijken overboord moet gooien. Integendeel. Men moet de eigen traditie en praktijken juist zo goed mogelijk tot uitdrukking brengen omdat men ze dan kan gebruiken om mensen te verbinden op dat dieper niveau waar elke traditie en al deze praktijken zich op richten.
Religieuze praktijken zijn bedoeld om de ware diepte van het bestaan te beleven. In een spiritueel leven zoekt men naar de essentie van de ziel. Net daardoor zijn religie en spiritualiteit niet in dialoog of woorden te vatten maar kunnen ze wel doorheen religieuze praxis worden gedeeld.
Dat een 'religieuze monoloog' niet langer houdbaar is, is ondertussen duidelijk, maar het wordt tijd dat we ook gaan inzien dat het evenmin gaat om 'interreligieuze dialoog'. Het gaat wel om 'interreligieuze stilte'.
Of men het wil of niet, 'dialoog' blijft uiteindelijk afhankelijk van het gebruik van woorden – en net dat zit steeds in de weg om tot het punt te komen waar we elkaar (kunnen) verstaan. Paradoxaal genoeg zorgt het praten voor veel onbegrip want dikwijls spreken we gewoon een verschillende taal – niet alleen van woorden, maar vooral ook van concepten.
Werkelijke interreligieuze toenadering schuilt dus niet in het praten maar in de leegte. Het schuilt in al de praktijken die religie biedt om onszelf leeg te maken en tot de diepere stilte te komen. De enige echte beginstap van dialoog is dan ook: samen tot leegte komen en elkaar in het woordeloze vinden. Pas vanuit de leegte kunnen we elkaars woorden leren verstaan en pas vanuit het beeldloze kunnen we elkaars concepten onbevooroordeeld bekijken.
Het is een spirituele waarheid die we in zowat alle religies terugvinden: pas wanneer we leeg zijn, kunnen we weer gevuld worden. Waarom, vraag ik me dan af, wordt deze waarheid zo zelden gevolgd in de pogingen tot interreligieuze of interculturele ontmoeting?